Promovenda T@CKLE project

Rebecca van der Weij

Ik ben Rebecca van der Weij en sinds januari 2026 werk ik als promovenda binnen Het Landelijk Psychotraumacentrum van het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Ik ben betrokken bij T@CKLE, een vijfjarig onderzoeksproject dat binnen verschillende werkpakketten zowel online als offline seksueel grensoverschrijdend gedrag onderzoekt. 

Mijn onderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van Prof. dr. Iva Bicanic, Dr. Jenneke van Ditzhuijzen en Prof. dr. Daphne van de Bongardt. Ons werkpakket kijkt naar hoe hulp en ondersteuning beter kunnen aansluiten bij de behoeften van mensen die seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben meegemaakt. De komende jaren voer ik vier studies uit rondom taalgebruik, overeenkomsten en verschillen tussen seksueel grensoverschrijdende ervaring, seksualiteit na het meemaken van seksueel grensoverschrijdend gedrag en revictimisatie.

Meestal is mijn werkdag een combinatie van zelfstandig werken en overleg met collega's en andere onderzoekers. Een groot deel van mijn tijd besteed ik aan het lezen van wetenschappelijke literatuur, het ontwerpen van studies en het analyseren van data.

Op dit moment hebben we net de dataverzameling afgerond van onze eerste substudie, waarin we onderzoeken welke woorden en zinnen mensen gebruiken wanneer zij praten over hun ervaring(en) met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Terwijl ik me voorbereid op de analyses van deze studie, ben ik tegelijkertijd al bezig met de opzet van de volgende. Daarnaast heb ik wekelijks overleg binnen het Psychotraumacentrum met onderzoekers, psychologen en maatschappelijk werkers. Ook spreek ik regelmatig met mijn promotieteam om de voortgang van het onderzoek te bespreken, ideeën verder uit te werken en vragen die tijdens het onderzoeksproces ontstaan samen door te nemen.

Het leukst vind ik dat ik me iedere dag kan verdiepen in een onderwerp dat ik zo interessant en belangrijk vind. Met dit werk heb ik ook veel ruimte om mijn eigen interesses te volgen en verder te ontwikkelen. Zelf ben ik bijvoorbeeld geïnteresseerd in hoe schaamte en stigma ervoor zorgen dat bepaalde ervaringen verborgen blijven, terwijl ze veel vaker voorkomen dan vaak wordt gedacht. Ook ben ik geïnteresseerd in hoe feministische theorieën kunnen bijdragen aan ons begrip van seksueel grensoverschrijdend gedrag, de maatschappelijke reacties daarop en de gevolgen voor mensen die het meemaken. Ook al liggen de grote lijnen van het project vast, is er ruimte binnen het project om mijn eigen interesses hierin mee te nemen.

Daarnaast vind ik het ook erg leuk dat ik samenwerk met professionals uit de praktijk. Ik werk niet alleen samen met onderzoekers, maar ook met psychologen, maatschappelijk werkers en andere zorgprofessionals die dagelijks contact hebben met mensen die seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben meegemaakt. Daardoor blijft het onderzoek verbonden met de werkelijkheid achter de data. De verhalen die ik via collega's uit de praktijk hoor, helpen mij om de mensen achter de onderzoeksresultaten voor ogen te houden. Voor mij maakt dat het onderzoek menselijker en relevanter.

Een van de momenten die mij tot nu toe het meest is bijgebleven, is de lancering van het STEM-panel in mei, een samenwerkingsproject tussen T@CKLE en het Centrum Seksueel Geweld. Het STEM-panel is het eerste landelijke onderzoekspanel in Nederland dat specifiek is opgezet voor mensen die online of offline seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben meegemaakt. Deelnemers kunnen anoniem bijdragen aan onderzoek, zodat hun ervaringen en inzichten gebruikt kunnen worden om kennis en hulpverlening verder te verbeteren. Hoewel mijn rol daarin relatief klein was, vond ik het bijzonder om daar onderdeel van te zijn.

Ik ben geboren in Nederland, maar heb een groot deel van mijn jeugd in het buitenland gewoond. Toen ik twee jaar oud was, verhuisde ik met mijn familie naar Ivoorkust. Daarna woonden we een tijdje weer in Nederland voordat we naar Ghana verhuisden, en later naar Nieuw-Zeeland, Australië en de Verenigde Staten. Op mijn 22e verhuisde ik naar Engeland, waar ik bijna vijf jaar heb gewoond. Inmiddels woon ik alweer drie jaar in Utrecht.

Al op de middelbare school wist ik dat ik iets wilde doen met psychologie en kinderen. Daarom begon ik in Australië aan een bachelor Psychologie. In Engeland rondde ik mijn bachelor af met het idee om daar de opleiding tot klinisch psycholoog te volgen. Voor toelating tot die opleiding is veel praktijkervaring nodig. Daarom begon ik als vrijwilliger bij een organisatie voor mensen die seksueel grensoverschrijdend gedrag hadden meegemaakt. Eerst ondersteunde ik de hulplijn en beantwoordde ik e-mails, later volgde ik aanvullende trainingen en begeleidde ik ook cliënten individueel.

Voordat ik daar begon, wist ik relatief weinig over dit onderwerp, maar vanaf de eerste training was ik gefascineerd, vooral door hoe vaak het voorkomt in vergelijking met hoeveel wij er als maatschappij over weten en praten. In deze periode bleef mijn wens bestaan om terug te keren naar Nederland. Mijn buitenlandse bachelor sloot helaas niet aan op de toelatingseisen van de Nederlandse master Klinische Psychologie. Daardoor kwam ik uiteindelijk terecht bij de onderzoeksmaster Development and Socialisation in Childhood and Adolescence (DaSCA) aan de Universiteit Utrecht.

Tijdens die master merkte ik hoe leuk ik onderzoek vond. Voor mijn scriptie onderzocht ik de ambivalente gevoelens die mensen kunnen ervaren ten opzichte van degene die hen in de kindertijd seksueel heeft misbruikt, en hoe deze gevoelens samenhangen met hun huidige welzijn.

Een maand na mijn afstuderen zag ik een promotieplek voor bijkomen binnen T@CKLE. Hoewel ik na DaSCA eigenlijk van plan was de master Klinische Psychologie te volgen, voelde deze promotieplek als iets dat zo goed bij mij paste dat ik uiteindelijk daarvoor heb gekozen.

Onderzoek kan een eenzame baan zijn. Dat zal verschillen per onderzoeker en per PhD, maar mijn ervaring is juist dat onderzoek veel samenwerking vraagt. Ik heb veel contact met andere onderzoekers binnen en buiten het UMC Utrecht. Mijn studies worden gezamenlijk ontwikkeld en onderzoeksplannen uitgebreid besproken. Daarnaast leer ik veel van de kennis en ervaring van anderen. Voor mij voelt een promotietraject daarom als een goede balans tussen zelfstandig werken en samenwerken.

Voor mij gaat onderzoek over het zichtbaar maken van dingen die we nog niet goed begrijpen. Veel van de onderwerpen waar ik me mee bezighoud zijn ervaringen waar mensen niet gemakkelijk over praten, vaak vanwege schaamte of stigma. Door daar zorgvuldig onderzoek naar te doen, kunnen we iets bijdragen aan begrip, erkenning en uiteindelijk betere ondersteuning.

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren.

Lees meer over het cookiebeleid

Akkoord Nee, liever niet